donderdag 23 april 2009

De Perzische meester

Gisteren werd in Iran - zoals elk jaar op 22 april - de klassieke dichter Saadi herdacht. Vorige week nog was het de feestdag van Attar, die andere grote Perzische poëet: het moge duidelijk zijn dat Iran, vaak ‘het land van poëzie, nachtegalen en rozen’ genoemd, wel degelijk van zijn dichters houdt, ook wanneer ze meer dan 500 jaar geleden overleden zijn. Het oude Perzië heeft dan ook veel meesters voortgebracht, die in het Westen jammer genoeg nauwelijks bekend zijn. De lijst is lang, dus ik noem er slechts een paar: Hafez, Ferdousi, Rumi, Khayyam, Attar, Sanai, Djami. En Saadi, natuurlijk Saadi, altijd Saadi. Hij wordt in Iran als de god van de Perzische literatuur beschouwd, en zijn verzen en wijsheden leven nog steeds verder in het taal van vandaag.

De eerste Perzische dichter die ik ontdekte, was Hafez, en zijn verzen bliezen me van mijn sokkel. Maar toen kwam Saadi, en ik was voor het leven betoverd. Bij Saadi is de liefde het meest intens, ruiken de rozen het lekkerst en zingen de nachtegalen het mooist. Vier jaar geleden was het hoogzomer, bloeiden de hemel en mijn hart als nooit tevoren, zat ik ’s avonds laat buiten en opende ik voor het eerst Saadi’s bekendste werk De rozentuin:

Een schoonheid wordt steeds met ontzag ontvangen,
ook als zij door haar ouders werd verjaagd.
Ik vroeg de pauwenveer die uit een koran stak:
'Wordt niet de eer van het Boek door jou belaagd?'
Het antwoord was:
'Zwijg! Nergens weigert men de toegang aan haar die de Schoonheid draagt.'

De rozentuin
is een mengeling van proza en poëzie: met puntdichten als deze geeft Saadi telkens commentaar op een prozaverhaal over morele waarden uit het leven van Perzië in de dertiende eeuw. Hij geeft goede raad, hij levert inzichten aan, hij verschaft ons zijn wijsheid, maar toch kan je Saadi nooit volledig vastgrijpen. Dat maakt zijn poëzie net zo fascinerend: hij verleidt je, hij prikkelt je, maar nooit hebben zijn verzen één betekenis; nooit is er maar één enkele interpretatie van zijn levenswijsheden mogelijk; nooit is er slechts één antwoord op de vragen die hij oproept. Saadi is grillig, Saadi houdt je uit je slaap, Saadi neemt eerst stevig je hand vast om je daarna op het verkeerde been te zetten.

Poëzie is eigenlijk nooit te vertalen, en al zeker niet de oude, mysterieuze taal van Saadi. Toch heeft J.T.P. de Bruijn, emeritus-hoogleraar Perzisch te Leiden, het gedaan en daarmee het onmogelijke bereikt: in 1997 vertaalde hij de Gulistan naar het Nederlands. Het is een haast bovenaardse prestatie die Nederlandstaligen toelaat om met Saadi mee te wandelen in de mooiste tuin van de Perzische poëzie:

'Op de vroege morgen toen de gedachte van weggaan de neiging van blijven overwon, zag ik hem de zoom van zijn kleed vullen met rozen, basilicum, hyacinten en geurige kruiden. Ik zei: Je weet, de bloemen blijven niet en het rozenhof komt zijn belofte niet na, en de wijzen hebben altijd gezegd: aan wat niet blijft moet je je niet hechten.’

Ook de Nederlandse dichter J.H. Leopold had een grote bewondering voor Saadi, en heeft in Oostersch (1924) delen van zijn werk hertaald. Leopold sprak geen Perzisch, maar baseerde zich op andere vertalingen. Het resultaat mag er zijn, want het geeft uitstekend de sfeer van de oude Perzische poëzie weer:

Haar hoofd zonk op uw borst neer; weeke handen
zoeken de uwe, ogen zijn gesloten,
een boezem schokt en woelt; nu gaat ontblooten
een smartenvolle lach de parels harer tanden.

O wacht, o wacht en neem haar lippen niet terstond,
dat niet de lach verdwijnen mag, de smartenmond.

Straks trek ik een maand door Iran, en hoe de reis zal verlopen, welke route we zullen volgen, waar we zullen verblijven: het blijft voorlopig onduidelijk, en zo is het goed. Eén ding echter zal ik in Iran zeker doen: in Shiraz, de geboorteplaats van Saadi, zal ik zijn mausoleum bezoeken, mijn hoofd buigen voor de allergrootste Perzische dichter, en stilletjes dit vers opzeggen:

Vraag niet hoe ik je Hem beschrijven kan;
een ontzinde, hoe geeft hij 't onzegbare weer?
Minnaars worden door liefde omgebracht,
en doden geven je geen antwoord meer.

Voor één keer had de meester ongelijk: zelfs na zijn dood geeft Saadi nog altijd antwoord.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen