dinsdag 21 december 2010

Iraniërs vieren vanavond Yalda, het feest van de terugkeer van het licht


Straks vieren we kerstmis, maar wat we meestal vergeten, is dat de wortels van dit feest van het licht in het oude Perzië liggen. Vanavond is de langste nacht van het jaar, en in Iran wordt dat uitgebreid gevierd. De nacht van 'Yalda', 21 december, is het moment waarop het licht terugkeert en de dagen weer langer worden.Volgens het zoroastrische geloof, de religie die in Iran heerste voor de komst van de islam, symboliseert Yalda de geboorte van de zonnegod Mithra, die tweeduizend jaar geleden ook in Griekenland en daarna in Rome populair was. Yalda is het moment waarop de dagen langer worden en de nachten korter.

Op shabe Yalda, of 'de avond van Yalda', komen Iraanse families bijeen om twee dingen te doen: te eten en poëzie te lezen. Traditioneel worden op deze avond granaatappels gegeten, die de cyclus van dood en geboorte symboliseren. Ook de watermeloen is geliefd op Yalda, als een symbool van versheid en vernieuwing.

Yalda is ook een terugkerend motief in de Perzische poëzie en literatuur. Aangezien Yalda de langste nacht van het jaar is, symboliseert het onder meer het lange wachten op een geliefde, die dan terugkeert als de donkere nacht voorbij is. Ook de Perzische dichter Saadi heeft verzen geschreven over Yalda die vanavond nog voorgedragen zullen worden:

Elke nacht dat je me verlaat is als de nacht van Yalda

in al mijn lijden, is er de hoop van de genezing

Ik wens allen een mooi feest van het licht, of het nu Yalda of kerstmis heet.

maandag 20 december 2010

Dank aan deBuren voor drie mooie Iran-avonden


Annelies Beck

Talheh Daryanavard

Pieter-Jan De Pue en mezelf


Vorige week dinsdag, 14 december, organiseerde deBuren de derde en laatste avond naar aanleiding van de publicatie van mijn boek Duizend-en-één dromen. Deze keer ging het over de positie van de vrouw in Iran. De avond vond plaats in het Rits Café, en ik hou er geweldige herinneringen aan over. Meer Iran op één avond vind je in ons land maar zelden. Erst was er (in het Rits Café) de documentaire Safar van de Iraans-Belgische regisseur Talheh Daryanavard; daarna volgde een gesprek met Daryanavard, Pieter-Jan De Pue en mezelf over vrouwen in Iran, en er was een concert van zangeres Haleh. Ook de bekende Iraanse journalist Ebrahim Nabavi was present, en maakte voor aanvang van het concert een satirische schets over Iran en het IQ.

Dank aan deBuren om Iran in de loop van 2010 Iran in ons land wat bekender en dus beminder te maken.


maandag 13 december 2010

Morgen '1001 Dreams' in Rits Café

Morgenavond vindt de laatste activiteit plaats die het Vlaams-Nederlands Huis deBuren organiseert naar aanleiding van de publicatie van mijn boek Duizend-en-één dromen. Een reis langs de Trans-Iraanse Spoorlijn.

Een heel gevuld programma: een documentaire, een gesprek met Annelies Beck, een optreden van Haleh en Perzische hapjes en drankjes!

Meer info vind je hier.

Iedereen welkom vanaf 18u in het Rits Café, Dansaertstraat 70, 1000 Brussel.

maandag 6 december 2010

De dappere Iraanse studenten

Ahmad Batebi, juli 1999

Morgen is het 7 december, in Iran ‘16 Azar’, en dat is een belangrijke dag in de Perzische kalender. 16 Azar is Studentendag, en dan wordt jaarlijks de dood herdacht van drie studenten van de Universiteit van Teheran die op 7 december 1953, ten tijde van de shah, werden vermoord door de politie. De studenten waren Ahmad Ghandchi, Shariat-Razavi en Bozorg-Nia. Ze werden neergeschoten toen de politie het vuur opende tijdens een staking van studenten die zich verzetten tegen het bezoek van de Amerikaanse president Nixon aan Iran.

Studenten zijn in Iran altijd voortrekkers van verandering geweest; tijdens de Islamitische Revolutie van 1979 speelden zij bijvoorbeeld een bepalende rol. Ook vandaag zijn de universiteiten, en dan met name die van Teheran, nog steeds een plek waar het verzet broeit en groeit.

De grootste recente studentenprotesten dateren van 7- 13 juli 1999. Aanleiding was het verbieden van de hervormingsgezinde krant Salam. Dat leidde tot een vreedzame optocht op 7 juli, maar daarna vielen Basiji (vrijwillige ordetroepen) een studentenhuis in Teheran binnen om studenten te beletten deel te nemen aan een geplande demonstratie. Daarbij werd een student gedood. De inval leidde tot vijf dagen van protesten, waarbij verschillende doden vielen en duizenden studenten werden opgepakt. Op 9 juli (of '18 tir' volgens de Perzische kalender) werd de opstand hardhandig neergeslagen. Het verzet groeide uit tot een massabetoging doordat vele Iraniërs zich bij de studenten aansloten. 18 tir werd een symbool van opstand tegen de sociaal-politieke situatie in Iran, en een datum die vaak wordt gezien als het begin van de vorming van een nieuwe beweging die streeft naar democratie in een seculier Iran. Het gezicht van de studentenprotesten werd Ahmad Batebi (zie foto), die de cover van The Economist haalde met het bloederige t-shirt dat hij tijdens de protesten in de lucht hield.

Op 9 juli vorig jaar werd ‘18 Tir’ tien jaar na de feiten herdacht. Het waren de woelige weken na de frauduleuze presidentsverkiezingen, en ook toen gingen duizenden mensen de straat op, ondanks de waarschuwingen van het regime dat de ordetroepen hardhandig zouden optreden.

Ik heb ontzettend veel respect voor de Iraanse studenten, die zich dapper blijven verzetten en vechten voor de toekomst van hun land. Ik ken een aantal studenten in Iran persoonlijk, en hun strijdlust verbaast me keer op keer.

Ik weet dat velen vanavond op hun daken ‘Allah Akbar’ zullen roepen uit protest tegen het corrupte, frauduleuze, dictatoriale Iraanse regime, en ik zal hen horen schreeuwen tot hier, en ik zal antwoorden.

En ik weet dat de studenten de uiteindelijke overwinnaars van deze harde strijd zullen zijn.

woensdag 1 december 2010

Shahla Jahed is niet meer

Vanmorgen stond ik op met het bericht dat Shahla Jahed is opgehangen in de gevangenis van Teheran.

Dood, dood, dood aan de Islamitische Republiek Iran, dood aan jullie onmenselijkheid, dood aan jullie vuile handen, dood aan jullie leugens.

dinsdag 30 november 2010

Shahla Jahed dreigt morgen opgehangen te worden

Laat dit alsjeblieft niet waar zijn. Vandaag berichtte de nieuwssite Radio Zamaneh dat Shahla Jahed, over wie ik eerder deze maand op mijn blog schreef, zal worden opgehangen in Teheran. Shahla is onschuldig. Morgen geef ik een lezing over Iran en ik was van plan het over haar te hebben. Dat zal ik nog steeds doen, maar ik hoop dat ik niet moet vertellen dat Shahla er niet meer is. Dood aan de Islamitische Republiek Iran.

vrijdag 26 november 2010

Songs like roaring laughter

Mijn nieuwste column voor TehranReview, vandaag online, vindt u hier. Over Benyamin, Iraanse kitsch, Tehrangeles, Kiosk en muziek voor de toekomst.


zondag 21 november 2010

Iraanse underground rockband Kiosk heeft een nieuwe cd

De underground rockband Kiosk werd in 2003 in Teheran opgericht. Vanwege censuur door het regime besloot oprichter Arash Sobhani uit Iran te vertrekken. De bandleden wonen nu in de VS en Canada. Inmiddels heeft de band over de hele wereld opgetreden, en net is hun vierde album uit. Ik vind het, opnieuw, een geweldige cd. Zoals altijd bij Kiosk zijn de teksten heel scherp, grappig en satirisch-politiek. De nieuwe cd, Triple Distilled: Live at Yoshi's, werd opgenomen in de legendarische jazzclub Yoshi's in San Francisco.


Dit vind ik een van de beste liedjes van de nieuwe cd, 'Love and Death in the Time of Facebook'.



Hier de Engelse vertaling van het liedje:

The black list, the hit list,
 the list of Google's world wide web....
I swerved through the dark corners of the "filter net"


Finally, I found you on Facebook, I "added" you--
and you" ignored" me.
 Hundreds, hundreds of times...
I didn't falter, I didn't give up


I updated my "status" so the world would know:

I am the prey, and you are the hunter! and I'm trying to fall into your trap! Yes, I've been all over LinkedIn, MySpace, Orkut, trying to fall into your trap...

I had the guys from Fars News Agency photoshop my profile picture and make me look cool.

I uploaded romantic pictures of the sunset from "Flickr" to my
"albums" and captioned them with B.S. from Osho
And finally, you "accepted" me
I followed you like a shadow in the "communities."
Everything you "linked," I "liked," and I "shared" too


I "tagged" your name under youtube videos, I "invited" you to "events", I through myself against doors and "walls"

Whether you think of me or not, I'll never forget you

My eyes are peeled, searching for you. I'll send you "gifts," so that you'll realize - I'll never forget you

You've set your relationship to "It's complicated." That's my cue -I'm the Don Juan of the Cyber World! 
I'll "poke" you until you agree to log into Skype and "chat" with me!
Even the cyber army can't stop me...
Don't stress over your blog or your "hits" on Iranian.com, Balatarin or BBC. From the cute links to the political ones - anything goes for me.



Nothing can stop me - not Jaras, not Roozonline nor Khodnevis. 
I care only for Romance!
I wrote it in "Pingilish" on Behnevis:

"Oh love, oh love! Your face is nowhere to be seen...
Oh love, oh love! Maybe they've hacked you...
Your beloved face is nowhere to be found!"

I adore your every pixel!
Don't you click me away!



donderdag 11 november 2010

Hoezo, geen Perzische beschaving?

Hezbollah-leider Hassan Nasrallah, die nooit heeft uitgeblonken in nuance, subtiliteit en respect, heeft afgelopen week de woede van heel wat Iraniërs op de hals gehaald met zijn uitspraak dat er niet zoiets bestaat als een 'Perzische beschaving' in Iran. Volgens Nasrallah is er in Iran alleen een islamitische beschaving.



Nasrallah zei ook dat zowel ayatollah Khomeini als de huidige geestelijke leider van Iran, ayatollah Khamenei, van Arabische afkomst zijn.

Dat deze uitspraken Iraniërs razend kunnen maken, verbaast me niet: ik heb in Iran gemerkt hoe trots de bevolking op hun Perzische afkomst is. Weinig dingen waarmee je een Iraniër zo kan beledigen als zeggen dat hij een Arabier is. Iraniërs vroegen me ook regelmatig om 'de wereld' duidelijk te maken dat er een verschil is tussen Arabieren en Perzen. Tijdens lezingen zeg ik vaak dat niet ayatollah Khomeini de geestelijke vader en leider is van de Iraniërs, maar wel koning Cyrus de Grote, de stichter van het Perzische rijk. Cyrus de Grote leeft vandaag nog steeds in Iran; het respect voor hem is immens. Dat maakt van de uitspraak van Nasrollah al meteen een leugen.

Natuurlijk bestaat er zoiets als de Perzische beschaving in Iran. De lijst is lang: Cyrus, Perzische tuinaanleg, Zarathoestra, taarof, Hafez, Saadi, Perzische tapijten, de prachtige Perzische taal die heeft standgehouden tegen het Arabisch, de Groene Beweging (waar elders in het Midden-Oosten zoveel verzet tegen islam en sharia?) en ga zo maar door.

En trouwens, van 'beschaving' hebben de islamieten nog maar weinig in huis gebracht in Iran.


woensdag 10 november 2010

Mijn lezingen over Iran de komende maanden


Normaal gezien kondig ik mijn lezingen vaak aan op Facebook, maar omdat niet iedereen Facebook gebruikt (hoewel, wie niet?) en vooral omdat data en aankondigingen daar vaak verdrinken in de stroom aan informatie, zet ik de data even op een rijtje. Allen welkom!

- vrijdag 19 november, 'Het leven zoals het is in Iran', Davidsfonds Meulebeke. Klik hier voor meer info.
- zondag 12 december, 'Iran anders bekeken', Davidsfonds Ruiselede, De Kiem (lagere school in de Pensonaatstraat), 10.30u
- dinsdag 14 december, 'De positie van de vrouw in Iran'. Heel wat te beleven die avond: eerst wordt de documentaire 'Safar' getoond, daarna interviewt VRT-journaliste Annelies Beck mezelf en Pieter-Jan De Pue, en daarna zijn er Perzische hapjes en drankjes. Locatie: Rits Café, Dansaertstraat, Brussel. Klik hier voor meer info.
- donderdag 16 december, Boterhammen in de Bib, Roeselare. Aanvang: 12.15u. Klik hier voor meer info.

woensdag 3 november 2010

Els Clottemans, Iraanse versie, maar tien keer erger

Shahla leest de krant tijdens haar proces

Gisterenavond keek ik met verbijstering naar een aflevering van het Canvas-programma Virus. Het ging om een Iraanse documentaire met als titel The Red Card (2006), gemaakt door regisseuse Mahnaz Afzali.

De documentaire gaat over de moord die in 2002 werd gepleegd op de vrouw van de Iraanse voetbalster Nasser Mohammad Khani. Khani beleefde midden jaren tachtig zijn gouden tijd in het Iraanse nationale team en ook bij Persepolis Teheran.

Meteen werd de minnares van Khani verdacht: Khadijeh Jahed, beter bekend als Shahla. Ze zou de moord hebben gepleegd uit jaloezie en wraak, en ging ook over tot een bekentenis.

Althans, zo leek het, want tijdens het process trok Shahla haar bekentenis weer in en zei ze dat ze alleen onder zware mentale en lichamelijke druk de feiten had toegegeven.

The Red Card laat het proces van Shahla zien, die zichzelf verdedigde – iets wat in Iran vaker gebeurt. Een uur lang heb ik met open mond en met veel pijn in het hart gekeken naar deze jonge vrouw die zichzelf met hand en tand verdedigt voor het oog van de familie van het slachtoffer, de Iraanse tabloids, een corrupte macho-rechter en niet te vergeten ook haar minnaar zelf, met wie ze vier jaar een relatie had. Shahla omzeilt met lef alle islamitische conventies: ze draagt make-up, ze laat haar vuur en passie zien, ze flirt soms met de rechter ('Verontschuldig mij voor mijn brutaliteit, maar ik vind u aardig, ik beken dat ik dat echt vind') en ze draagt geen zwarte chador maar een kleurige hoofddoek.

Haar minnaar kijkt haar amper aan en heeft zichzelf sinds de moord een nieuwe rol aangemeten: plots heeft hij een baard - voor religieus Iran een teken van vroomheid - en doet hij alsof hij Shahla amper kent en nooit echt bemind heeft – iets wat wordt tegengesproken door de homemade videobeelden die deze documentaire laat zien en die werden gefilmd door Shahla zelf.

Immers: Khani had een waar liefdesnestje ingericht voor Shahla; een appartement in Teheran waar hij vaker was dan bij zijn gezin. Het koppel ging een 'sigheh' aan. Dat is een vorm van tijdelijk huwelijk dat enkel bestaat in de sjiitische islam. De religieuze verbintenis, die wordt afgesloten door een imam, staat mannen en vrouwen toe tijdelijke relaties te hebben buiten het huwelijk. Een sigheh kan voor enkele minuten worden afgesloten, maar kan ook jaren duren.

In het appartement zorgde Shahla voor alles: het eten, de was en de schoonmaak. En voor de drugs: opium in hun geval. Vier jaar lang ging alles goed. Khani kwam als het hem beliefde en Shahla ging de rest van de tijd volledig op in de roes van de opium.

In 2002, wanneer Khani in Duitsland op oefenkamp is, vindt een van zijn kinderen op een dag zijn moeder, Laleh Saharkhizan, dood terug in de ouderlijke slaapkamer. De vrouw was met messteken om het leven gebracht.

Shahla wordt opgepakt en bekent de moord. Tijdens het proces wordt zelfs een politievideo afgespeeld waarop de moord gereconstrueerd werd. Daarin zie je Shahla een houten lepel vasthouden die het mes moet voorstellen. Later trekt ze dus haar bekentenis in en zegt ze dat ze 's nachts naar het huis van haar minnaar was gelokt en dat ze naar de slaapkamer was gelopen, waar ze het lijk aantrof. 'Ik heb haar bedekt met een deken. Ik voelde mij misselijk. Ik heb haar niet vermoord', zag ik haar gisterenavond theatraal en in tranen uitroepen op de laatste dag van haar proces, haar blik gericht op haar minnaar. 'Ik zweer dat ik het niet gedaan heb. Was het een zonde om van je te houden?'

Het is het laatste shot vanuit de rechtszaal, en ik kreeg er koude rillingen van. Shahla werd in 2004 veroordeeld tot de strop, maar het einde van deze prachtige documentaire – gemaakt door Mahnaz Afzali, die overtuigd was van de onschuld van Shahla - laat zien hoe de zaak iets later een onverwachte wending krijgt. Er duikt bewijsmateriaal op waaruit blijkt dat Khani's vrouw net voor haar moord seks heeft gehad, wat duidelijk maakt wie eigenlijk de hoofdverdachte dient te zijn. Er is sperma gevonden en er is nog gedoucht. Maar Khani blijft buiten schot, net zoals zijn opiumverslaving wordt verdoezeld. Zoals zo vaak in Iran zijn het de vrouwen die het gedaan hebben.

In 2008 bepaalde het Hooggerechtshof dat de zaak heropend dient te worden door het nieuwe bewijsmateriaal. Shahla verblijft vandaag nog steeds in de gevangenis.

In België maken we ons terecht druk over de zaak-Clottemans, waar iemand schuldig wordt bevonden zonder enig materieel bewijs, maar in Iran zijn er duizenden vrouwen zoals Els Clottemans.

Je kan een aantal delen van de documentaire op YouTube bekijken: deel 1, deel 2 en deel 3.

maandag 25 oktober 2010

Marzieh: "Ik zong voor de vogels, niet voor de mullahs"

Salam! Terug van even weggeweest wegens heel erg druk, maar druk of niet: ik ben terug.

Ik kom meteen met wat treurig nieuws: op 13 oktober is de Iraanse zangeres Marzieh overleden. Ze was een vrouw waar alle Iraniërs trots op waren: niemand in Iran die haar liedjes niet kent. In 1994 verliet Marzieh haar vaderland omdat ze door het regime te veel onder druk werd gezet vanwege haar muziek: de ayatollahs lieten haar na de Islamitische Revolutie niet langer vrij optreden. Vrouwen mochten alleen voor vrouwen zingen, en dat kon Marzieh niet aanvaarden. Daarom terug ze zich terug op het platteland, waarover ze het volgende vertelde: "Ik zong voor de vogels, voor de rivier, voor de boom en bloemen, maar niet voor de mullahs."

Marzieh werd 86 jaar. Lees hier het mooie artikel in de New York Times over Marzieh. En luister uiteraard naar dit liedje:



dinsdag 14 september 2010

British Museum beledigt Koning Cyrus de Grote


U kan hier mijn nieuwe column voor TehranReview lezen, over de schandelijke daad van het British Museum, dat de beroemde Cyrus-cilinder vier maanden heeft uitgeleend aan een regime dat geen greintje respect heeft voor het Perzische verleden en koning Cyrus de Grote.

maandag 13 september 2010

Diplomaat op Iraanse ambassade Brussel neemt ontslag

Vers van de pers: Farzad Farhangian, persattaché bij de Iraanse ambassade in Brussel, heeft ontslag genomen uit protest tegen het regime en zich aangesloten bij de Groene Beweging.

Ik heb Farhangian verschillende keren ontmoet bij de aanvraag van mijn persvisa voor Iran. Toen ik hem na de uitslag van de presidentsverkiezingen van 2009 zag, meende ik al uit zijn woorden te kunnen afleiden dat hij het erg moeilijk had om te doen alsof hij achter het regime stond.

Farhangian is de derde Iraanse diplomaat in Europa die ontslag neemt. Vandaag nog werd bekend dat Hossein Alizadeh, tweede man van de ambassade in Finland, het voor bekeken houdt. Hij verklaarde vandaag hiertoe te hebben besloten omdat hij niet kan leven met de 'fraude' bij de presidentsverkiezingen in 2009.

Een consulaire medewerker van de Iraanse ambassade in Oslo ging hem in januari voor en heeft inmiddels politiek asiel in Noorwegen gekregen.

donderdag 9 september 2010

Over de steniging van Ashtiani in Pauw & Witteman


Het protest tegen de mogelijke steniging van de Iraanse vrouw Sakineh Ashtiani gaat verder. Kippenvel kreeg ik toen ik dinsdagavond in Pauw en Witteman luisterde naar Izz ad-Din Ruhelessin, een 'nieuwe Nederlander' die de laatste tijd steeds vaker uitpakt met extreem islamitische standpunten in bijvoorbeeld de Volkskrant.

Een van zijn standpunten, die hij verwoordt in deze uitzending: 'de universele rechten van de mens zijn alleen geldig in het Westen'.

Lees ook deze column van Nico Dijkshoorn over de uitzending en de houding van Ruhelessin.

zondag 5 september 2010

'Women without men' op Klara

Afgelopen donderdag was ik te gast bij Babel op Radio Klara, om te praten over de film Women without men van Shirin Neshat, die de avond voordien in Antwerpen in Belgische première was gegaan.

Het gesprek kan je hier beluisteren (uitzending van donderdag 2 september). Geweldige film, trouwens, gaat dat zien.

zondag 22 augustus 2010

1 september in Antwerpen: 'Women without men' van Shirin Neshat door deBuren en Cartoon's

Op woensdag 1 september kan je in Antwerpen naar de Belgische première van Shirin Neshat's film Women without men. De vertoning is een samenwerking van deBuren en Cartoon's. Ter gelegenheid van Women without men zal bij Cartoon's ook mijn boek te koop worden aangeboden. Waarvoor dank.





Voor de film zijn er 2 x 10 gratis filmtickets te winnen. Meer info vind je hier.

Over het boek waarop deze film gebaseerd is, Zanan bedune mardan (Vrouwen zonder mannen) van Shahrnush Parsipur, heb ik vorig jaar deze blogbijdrage geschreven.




zondag 8 augustus 2010

14 december in Brussel: Safar, Pieter-Jan, ikzelf, en Haleh

© Pieter-Jan De Pue

deBuren, dat de reportage van Pieter-Jan De Pue en ik door Iran financieel (en moreel) ondersteunde, blijft Iran een warm hart toedragen en organiseert in het najaar een nieuwe activiteit rond het land.

De documentaire Safar (Reis) van Talheh Daryanavard laat de treinreis zien van drie vriendinnen van Teheran naar hun geboortedorp aan de Perzische Golf. Een reis die ook Pieter-Jan De Pue en ikzelf maakten, en die resulteerde in het boek Duizend-en-één dromen. Een reis langs de Trans-Iraanse Spoorlijn. Na Safar een gesprek met de regisseur, mij en Pieter-Jan over het dagelijkse leven in Iran en de positie van de vrouw. Aansluitend een optreden van de Iraans-Belgische Haleh.

Documentaire (Franse en Engelse ondertiteling) om 19:00

Gesprek (in het Nederlands en Engels) om 20:00

Concert om 21:00

In samenwerking met het Rits Café en Cinema Rits

Reserveren graag via info@deburen.eu, of gewoon via mij!

woensdag 4 augustus 2010

Ahmadinejad: 'Engeland klein eiland ten westen van Afrika'

Een filmpje dat intussen volop circuleert op Facebook na het nieuws over de mislukte aanslag (?) op Ahmadinejad: de 'president' zegt in zijn toespraak vandaag in Hamedan dat 'Engeland een klein eiland ten westen van Afrika is'.



Een bewijs dat Ahmadi helemaal van de kaart is na de aanslag? Dat beweren sommigen, maar dat is het natuurlijk niet. Wel een belediging aan het adres van Engeland: jullie, foute kolonisators, waren niemand, zegt Ahmadinejad, een klein eilandje ten westen van het grote Afrika, en jullie zijn vandaag nog steeds niemand.


Aanslag op Ahmadinejad? Of toch niet?


Ik schrok me een hoedje toen vanmorgen het bericht binnenkwam dat de Iraanse 'president' Ahmadinejad in Hamedan een bomaanslag overleefd had. Het nieuws werd als eerste gebracht door de Arabische zender Al Arabiya, die stelde dat het bericht over de aanslag bevestigd was door de entourage van de president. Nieuwssites over de hele wereld, van onze eigen De Standaard tot CNN, brachten nog geen kwartier later het 'breaking news'.

Iets later echter ontkende het officiële Press TV dat er een aanslag op de president was geweest.

Hoezo? Had de entourage het dan niet bevestigd?

Allemaal heel verwarrend, maar kunnen we het anders verwachten van de Islamitische Republiek van vandaag? Een aantal Iraanse Facebook-vrienden wees me meteen op iets waar ik zelf ook al had aan gedacht: dat de aanslag op Ahmadinejad wel eens in scène gezet zou kunnen zijn, om daarna 'de zionisten' en 'de Grote Satan' Amerika de schuld te geven. Het wantrouwen onder Iraniërs jegens dit regime is duidelijk nog nooit zo groot geweest. Of de aanslag in scène is gezet, dat weet ik niet. Maar het zou heel goed kunnen: een wanhopige poging van de fanatici om wat 'sympathie' voor de belaagde leider op te wekken nu zijn populariteit lager is dan ooit. En om harder op te treden tegen de oppositie. Een aanwijzing dat de aanslag in scène zou kunnen zijn gezet, is dat Ahmadinejad eerder deze week nog zei dat 'de zionisten' een plan hebben om hem te vermoorden.

Maar als de aanslag écht is, is ook dat een bewijs dat het regime op sterven na dood is. In Teheran groeit de wanhoop, maar bij mij de hoop, en dat zal ik altijd blijven herhalen. Alleen hoop kan Iran redden.


maandag 2 augustus 2010

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand

Een mannetje van de regering-Ahmadinejad heeft weer een oneliner de wereld in gestuurd om u tegen te zegen. Mohammad Ali Ramin, waarnemend minister van Cultuur, noemde zondag westerse media 'oneerlijk, verwaande bedriegers.' Hij deed dat naar aanleiding van de aankondiging dat westerse media niet welkom zijn op de jaarlijkse mediabeurs die in september in Tehran plaatsvindt. Ramin had het over 'zeldzame uitzonderingen' wat betreft de verwaandheid van de westerse pers, maar meer details gaf hij - uiteraard - niet.

In het prachtige Golestanpaleis in Teheran, het paleis van de Perzische vorsten van de Qajardynastie tot de laatste shah Reza Pahlavi, is er een duizelingwekkende spiegelzaal (Mirror Hall).

Mirror Hall, Golestanpaleis, Teheran


Ontegensprekelijk keek bijvoorbeeld de laatste shah letterlijk te vaak in de spiegel en figuurlijk te weinig. Maar dat geldt nog meer voor de fanatieke mullahs in Teheran, en daarom vraag ik hen bij deze met aandrang om een keer een toeristisch uitstapje te maken naar het door hen verguisde Golestanpaleis. Kijk daar maar eens goed in de spiegel, jullie oneerlijke, verwaande bedriegers.

zondag 1 augustus 2010

Ayatollah, Leave Those Kids Alone (bis)

Even een zomers tussendoortje, vooral met al dat gepraat over een dreigende oorlog tegen Iran, waar Ahmadinejad en andere fanatici van het regime natuurlijk weer van genieten. Vandaag zei Yadollah Javani, politieke chef van de Revolutionaire Garde, dat Iran de oorlog ook buiten zijn grenzen zal voeren wanneer het aangevallen wordt.

Ik wil even niet aan oorlog denken. Wel aan deze foto's van Iraanse kinderen die ik vorig jaar in juni maakte. Als antidotum tegen de oorlog, om te blijven geloven dat het goed komt.














zaterdag 31 juli 2010

Voor Mohammad Nouri

Vandaag is in Iran de bekende zanger Mohammad Nouri (1929-2010) overleden. Zijn liedje Jane Maryam heeft me altijd betoverd, keer op keer. Begin dit jaar bracht ik op deze blog een vertaling van Jane Maryam, in een uitvoerig van Monika Jalili. Ik breng hier nog een keer de mooie tekst, met een uitvoering van Mohammad Nouri zelf.

Safar Beh Kheir, Aghaye Nouri.


Ey gole sorkh o sefidom, key miyaie?

O, mijn rode en witte bloem, wanneer kom je?

Banafshe barge bidom, key miyaie

Mijn paarse bloemblaadje, wanneer kom je?

To gofti gol dar ayad man miyayom

Je zei: “Als de bloemen bloeien”, zal ik komen.

Vay gole alam tamum shod, key miyayie

O, alle bloemen zijn verdwenen, wanneer kom je?

Jane Maryam, cheshmato va kon, mano seda kon

Mijn lieve Maryam, open je ogen, roep mijn naam

shod hava sefid, dar omad khorshid

Het is de zonsopgang en de zon schijnt

vaghte un resid ke berim be sahra

Het is tijd voor ons om naar de velden te gaan

Vay nazanine Maryam

O, lieve Maryam

Jane Maryam cheshmato va kon, mano seda kon

Mijn lieve Maryam, open je ogen, roep mijn naam

beshim ravoone, berim az khune

Laten we weggaan, laten we thuis verlaten

shoneh be shoneh, be yad un ruzha

schouder aan schouder, zoals vroeger

Vay nazanine Maryam

O, lieve Maryam

Baz dobare sobh shod, man hanooz bidaram

Het is weer morgen, ik ben nog steeds wakker

kash mikhabidam, toro khab mididam

ik wou dat ik kon slapen en dromen over jou

Khosheye gham toye delam zade javoone, doone be doone

de steel van verdriet in mijn hart krijgt één voor één knoppen

del nemidone che kone ba in gham

Mijn hart weet niet wat te doen met deze pijn

Vay nazanine Maryam

O, lieve Maryam

Bia resid vaghte dero, male mani az pisham naro

Kom, het is tijd om te ploegen, je bent van mij, ga niet weg van mij

bia sare karemoon berim, dero konim gandomaro

kom, laten we aan het werk gaan, laten we het graan ploegen

Bia resid vaghte dero, male mani az pisham naro

Kom, het is tijd om te ploegen, je bent van mij, ga niet weg van mij

bia sare karemoon berim, bia, bia nazanine Maryam, nazanine Maryam

Laten we aan het werk gaan, kom, kom, lieve Maryam

vrijdag 30 juli 2010

Ayatollah, Leave Those Kids Alone

Begin februari bracht de Iraans-Canadese rockgroep Blurred Vision een remake uit van Pink Ployd's 'Another Brick In The Wall' uit 1979, onder de titel 'Ayatollah, Leave Those Kids Alone'. De groep werd genomineerd op het Soho Shorts filmfestival in de categorie Best Music Video voor hun videoclip van het lied.




The Independent bracht gisteren een mooi interview met Sepp en Sohl van Blurred Vision. Wat me raakte, was het stuk waar verteld wordt dat Sohl huilde toen een fan uit Iran hen liet weten dat ze de stem van de onderdrukte mensen in Iran levendig moeten houden, want dat anders niemand hen zal horen.

Laten we naar die stem luisteren en dit liedje verspreiden. Ayatollahs, leave those kids alone.


dinsdag 27 juli 2010

Oorlog tegen Iran?

Dezer dagen is er heel wat te doen in de media over de vraag of Amerika, nu Iran zich van sancties tegen het nucleaire programma niets aantrekt, het land zal bombarderen.

Ik ga een beetje dood als ze dat doen.

Maar hier, voor wie meer wil weten, een uitvoerige analyse door Webster Griffin Tarpley over de elementen die zouden kunnen wijzingen in de richting van een oorlog.


Mijn artikel in het Farsi

Dienstmededeling: hier vindt u de Perzische vertaling van mijn meest recente artikel voor TehranReview.

De oorspronkelijke Engelse tekst vindt u hier.




maandag 26 juli 2010

"Je kussen zijn de babbelende mussen"


Mijn hart bloedde toen ik gisteren las dat het Iraanse regime nu ook de naam van mijn favoriete Perzische dichter bekladt, zelfs na zijn dood. Zaterdag werd een herdenkingsceremonie verhinderd voor Ahmad Shamloo (1925-2000), die tien jaar geleden overleed. Zie hier ook de video op YouTube van de ceremonie. Zelfs een grote dichter kunnen de fanatici niet meer in stilte laten rusten.

Om Shamloo te herdenken, breng ik u een van mijn favoriete liefdesgedichten van hem:

Lied van dankbaarheid en aanbidding

Je kussen
zijn de babbelende mussen van de tuin
en je borsten de bijenkorf van het gebergte
en je lichaam
is een eeuwig mysterie
dat in een kolossale leegte
aan mij wordt onthuld.

Je lichaam is een lied
en mijn lichaam een woord
dat daarin zit
om een melodie te scheppen:
een serenade waarin de eeuwigheid weergalmt.

In je blik zie je alle liefdes:
een bode die het leven aankondigt.

En in je stilte hoor je alle klanken:
een schreeuw die het bestaan op de proef stelt.

zondag 25 juli 2010

Geen seks overdag, en geen Kiri maar Kibi


Dat het regime in Teheran dezer dagen steeds angstiger begint te worden, daarvan zijn een aantal gebeurtenissen van de voorbije twee weken een mooi bewijs. Zo was er ayatollah Khamenei die een wel heel bijzondere fatwa afkondigde, waarin hij zei dat hij en alleen hij de grote baas is (dat is op zich geen nieuws in Iran) en waarin hij zichzelf op één lijn stelt met de profeet Mohammad - en dat is wel nieuws. Khamenei heeft zichzelf deze week dus onfeilbaar verklaard. Voor mij een zoveelste teken van de groeiende angst van het regime voor veranderingen, dus eigenlijk niet eens zo'n slecht nieuws.

Nog een absurde mededeling uit Iran kwam afgelopen week van een van de ministers van de regering-Ahmadinejad, die verklaarde dat mensen overdag geen seks meer mogen hebben, omdat dat tot ongezonde kinderen zou leiden.

Het deed me denken aan nog een absurditeit waarmee ik vorig jaar in Iran kennismaakte. Toen ik bij het ontbijt een stukje kaas kreeg dat qua verpakking meteen deed denken aan de bekende Kiri-kaasjes, maar ik daarop zowel in Latijns als Perzisch schrift het woord 'Kibi' las, gingen mijn wenkbrauwen meteen aan het fronsen. Na een paar vragen - en blozende wangen en gegiechel - aan Iraniërs in de buurt kwam ik erachter waarom de naam Kiri veranderd was: het woord 'kiri' is in het Perzisch namelijk een nogal vulgaire benaming voor het mannelijke geslachtsdeel. En o wee, de fanatici willen niet dat mensen aan seks denken, zeker niet overdag en zeker niet bij het nuttigen van een stukje kaas.

Dat ze ons met hun zielige maatregelen niettemin aan het lachen brengen, dat lijkt hen volledig te ontgaan.

zaterdag 24 juli 2010

Hoezo, een westerling kan niet bekommerd zijn om Iran?

Eergisteren 'zei' een Iraanse Belg me op Facebook dat een westerling als ik zich maar beter niet 'bemoeit' met de Iraanse strijd, dat Iran het Westen geen moer kan schelen, en dat het onmogelijk is dat een westerling (zoals ik, dus) werkelijk bekommerd is om het Iraanse volk. Ik weet niet wat ik het meest voelde: kwaadheid of droefheid om een reactie die al te veel gemakkelijke retoriek in zich draagt.

Hoe dan ook: ik ken veel Iraanse Belgen die het belangrijk vinden dat 'het Westen' blijvend aandacht geeft aan 'interne' Iraanse gebeurtenissen. Voor hen, en omdat we beter kunnen lachen dan kwaad zijn, dit liedje van Googoosh, en mijn vertaling. Ba ham kunnen we veel, of we nu Iraniër of westerling zijn.

Ba ham mishe mesle mah derakhshid

Samen kunnen we schijnen als de maan

Mishe be zamin setare bakhshid

samen kunnen we een ster aan de aarde geven

Ba ham mishe too roozaye abri

samen in bewolkte dagen

Az gom shodane khorshid natarsid

zijn we niet bang dat we de zon verliezen

Ba ham mishe aftabo seda kard

samen kunnen we de zon terugroepen

Khako mo'tabar mesle tala kard

samen kunnen we stof waardevol als goud maken

Ba ham mishe sange biseda ro

samen kunnen we aan een stille steen

Ba naze tarane ashena kard

de schoonheid van een lied geven

Ba ham poshte ma koohe

samen zijn we sterk als een berg

Nemitarsim, nemioftim, nemibazim

samen zijn we niet bang, samen vallen we niet, samen verliezen we niet

In avaz nemimire ta vaghti ke ham avazim

dit lied zal niet verdwijnen tot we samen zijn

Betaze, ghosse ta mikhad betaze

Laat verdriet ons aanvallen, zoveel het wil

Nasaze, roozegar ba ma nasaze

Laat de tijd ons met rust laten

Shabo rooz ta'neye doshman dobare

Dag en nacht, laat de vijand opnieuw

Bebare az daro divar bebare

ons overal beschimpen

Ba ham poshte ma koohe

samen zijn we sterk als een berg

Nemitarsim, nemioftim, nemibazim

samen zijn we niet bang, samen vallen we niet, samen verliezen we niet

In avaz nemimire ta vaghti ke ham avazim

dit lied zal niet verdwijnen tot we samen zijn

vrijdag 23 juli 2010

Mooie vrouw


Even een tussendoortje: vandaag ontdekte ik Vigen (1929-2003), een Perzische zanger die bekend staat als 'de sultan van de Perzische jazz'. Hij is een legende in Iran, en werkte samen met de beste Perzische liedjesschrijvers.


Geniet mee met mij van een stukje Perzische folkore, met dit liedje, Zane Ziba, wat betekent: mooie vrouw. En geniet vooral van het witte pak en de typisch Perzische dansbewegingen.


donderdag 22 juli 2010

'Lie til you die': de nieuwe kaskraker met Shahram Amiri


U heeft vast het verhaal gehoord van de 'vermiste' Iraanse kerngeleerde Shahram Amiri, die zogezegd een jaar geleden op pelgrimstocht ging naar Saudi Arabië, zogezegd gekidnapt werd door de Amerikanen, zogezegd onder dwang informatie moest verschaffen over Irans atoomprogramma, enzoverder, enzoverder....Het verhaal is zo lang en complex en heeft zoveel twists and turns dat ik het hier niet uit de doeken ga doen - u kan het gewoon allemaal nalezen op het internet, hier op Wikipedia, bijvoorbeeld.

Het is wellicht niet de bedoeling van de fanatieke ayatollahs in Teheran, Qom en waar dan ook in mijn geliefde Iran, maar ze brengen me steeds vaker aan het lachen. Of wat dacht u van het bericht deze week dat de Iraanse televisie een film gaat maken over de verdwijning van 'held' Amiri? Inderdaad, een film. Het regime weet verdomd goed dat Amiri een 'verrader' is, de CIA belangrijke informatie heeft verschaft over het Iraanse kernprogramma, en alleen achteraf beweert te zijn gekidnapt omdat zijn familie bedreigd werd - een beproefde tactiek van dit corrupte regime. Maar omdat de ayatollahs geen baard- en gezichtsverlies willen leiden, gaan ze weer lekker aan het liegen en toveren ze Amiri om tot een held, straks ook op het Iraanse witte doek. Wat een giller.

Het deed me er even over nadenken: wat zou een goede titel zijn voor deze film? Zelf dacht ik aan Lie til you die. Heeft iets James Bond-achtig, en past ZO goed bij het karakter van dit regime. Laten we alleen maar hopen dat er geen echte dode valt, want ik zie de toekomst van Amiri niet bepaald rooskleurig in.

En u? Welke titel heeft u in gedachten voor de nieuwe kaskraker van het regime?


vrijdag 2 juli 2010

Drugs en diepe ellende, maar misschien zit daar hoop in

Net las ik dit hartverscheurende verhaal over een Iraanse drugsverslaafde op The Huffington Post. Onvoorstelbaar: in Iran beheerst de Revolutionaire Garde de drugsmarkt, en ze hebben blijkbaar de prijzen erg laten dalen zodat jongeren te high zijn om de straat op te gaan en te protesteren tegen het regime.

Het land is ziek, maar wat 'hoopgevend' is, is dat de economie er zo slecht aan toe is dat het volgens mij niet lang meer zal duren eer ook de allerarmsten zich aansluiten bij de Groene Beweging. Vrouwen en armen bepalen vandaag de toekomst van Iran.

donderdag 1 juli 2010

Een dipje in de liefde

Ik heb al vaker gezegd en geschreven dat wat ik voor Iran voel echte liefde is. Dat blijft waar, maar de voorbije dagen is de liefde wat minder vurig dan anders. Dat zit zo: ik heb even genoeg van de leugens, de absurditeit en de waanzin die me vanuit Iran bereiken. Zo las ik gisteren dit bericht, waarin verteld wordt dat de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Manouchehr Mottaki beweert dat de vijanden van Iran gefaald hebben in het WK voetbal, net omdat ze sancties tegen de Islamitische Republiek ondersteunen. Brazilië doet dat niet, en dat is volgens Mottaki de reden dat het land het zo goed doet op het WK.

Hoeveel absurder kan het nog worden?

En dan dit bericht van gisteren, over Neda Agha-Soltan, de vrouw van mijn leeftijd die werd neergeschoten op mijn voorlaatste dag in Iran. De Amerikaanse zender HBO heeft over haar deze aangrijpende documentaire uitgezonden, en het kan niet anders of het fanatieke Iraanse regime is al met een antwoord gekomen over de 'ware toedracht' van de dood van Neda. Volgens hen heeft een vrouw - natuurlijk, een vrouw, alle kwaad komt van vrouwen volgens de fanatici - vanuit een vrachtwagen Neda neergeschoten, met een pistool dat in haar handtas zat verborgen.

How low can you go?

Wat me de afgelopen week nog het meest pijn heeft gedaan, zijn de haatdragende reacties op een column van Kader Abdolah van een zekere 'Tehrani', een man die op het Volkskrant-forum beweert dat Abdolah een nepvluchteling is en regelmatig met vakantie naar Iran gaat. Ik kon niet geloven dat iemand zoiets zou beweren. Het voelde als een harde klap in mijn gezicht. Ik ben tegen de man ingegaan, maar het heeft geen zin: hij is gewoon een gek. Ik ken Abdolah persoonlijk en weet absoluut zeker dat hij sinds zijn vlucht in 1985 nooit naar Iran is geweest, dat hij dat niet mag, en dat hij zijn vaderland erg mist. Het erge is dat er altijd mensen zijn die 'Tehrani' zullen geloven - zo gaat dat nu eenmaal, het is blijkbaar erg gemakkelijk om leugens voor waarheid te verkopen. Abdolah is succesvol en dat creëert afgunst.

Maar zoals ik dus zei: ik was door die drie berichten zo ontgoocheld, dat de liefde even bekoeld is en ik mezelf op dit moment wat moet inspannen om het nieuws over Iran te volgen. Het gaat wel weer over. Misschien maakt het mijn liefde voor Iran net echter: niet alles kan immers rozengeur en maneschijn zijn.

dinsdag 29 juni 2010

Toch geen bezoek van IRIB aan NOS

Gelukkig: in Nederland heerst al bij al nog het gezond verstand.

http://www.elsevier.nl/web/Nieuws/Nederland/269430/Publieke-Omroep-Geen-ontmoeting-met-Iraanse-staatstv.htm

Te gek om waar te zijn: NOS ontvangt IRIB, stem van het Iraanse regime

Net kreeg ik dit persbericht binnen (zie ook http://iranpy.net/articles/796) en viel ik bijna van mijn stoel van verbazing. De Nederlandse omroep NOS verwelkomt komende maandag een delegatie van de IRIB, de Islamic Republic of Iran Broadcasting, dat een spreekbuis is van het Iraanse regime en onder meer gedwongen 'bekentenissen' van dissidenten heeft uitgezonden.

Onbegrijpelijk. 'Arm Vlaanderen', klonk het vroeger vaak in Nederland. Misschien moeten 'wij' hier nu zeggen: arm Nederland. Ze hebben een Geert Wilders waarmee ze geen blijf weten, en een omroep die mensen ontvangt die een stem geven aan de Iraanse fanatici.


dinsdag 22 juni 2010

Boete voor nagellak, kort jasje en een bril in het haar


Om u met een concreet voorbeeld even de absurditeit en het middeleeuwse karakter van het Iraanse regime te laten zien, verwijs ik u door naar deze pagina, met een vertaling van een boete voor een Iraanse vrouw die nagellak had op 'four and a half fingers'.

Ik schaam me voor deze mensen die dit land kapot maken.

maandag 21 juni 2010

Iran blokkeert toegang van twee VN-inspecteurs

Iran wil twee inspecteurs van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) niet toelaten tot het land. Dat heeft Ali Akbar Salehi, het hoofd van de Iraanse Atoomenergie Organisatie, maandag gezegd, aldus het Iraanse persbureau ISNA.

Volgens Salehi hebben de twee IAEA-medewerkers informatie over het Iraanse nucleaire programma gelekt. ‘Deze twee zijn geen aangewezen inspecteurs meer. De andere inspecteurs zijn natuurlijk nog wel welkom om ons een bezoek te brengen’, nuanceerde de Iraanse afgevaardigde aan het IAEA, Ali Asghar Soltanieh later. ‘De inspecties zullen zonder vertraging doorgaan.’

Volgens Salehi zou ook een rapportage van het IAEA over de nucleaire activiteiten van Iran onjuist zijn. In die notitie van eind mei stelde de VN-organisatie dat Iran voorbereidingen trof om hoger verrijkt uranium te produceren. Iran heeft niet gezegd welke passages uit het IAEA-rapport onjuist zijn.

De in Wenen gevestigde VN-organisatie heeft nog niet gereageerd op het besluit van Iran twee van de medewerkers van de nucleaire waakhond te weren.

Twee weken geleden heeft de VN-Veiligheidsraad Iran nog om zijn nucleaire programma bestraft. De maatregelen moeten voorkomen dat Iran de beschikking krijgt over kernwapens. Landen krijgen het recht schepen te onderzoeken, als het vermoeden bestaat dat deze verboden goederen transporteren naar Iran. Iraanse banken worden beter gecontroleerd, om te voorkomen dat ze een rol spelen bij de aankoop van nucleair materiaal door Teheran.

bron: de Volkskrant

Stuur dit artikel door

zondag 20 juni 2010

Neda's dood en een sigaret-met-deodorant in Teheran

Een stille dag buiten, en ook een stille dag in mijn hart. Vandaag is het een jaar geleden dat Neda Agha Soltan in Teheran op straat werd neergeschoten. We hebben allemaal de videobeelden gezien van haar dood, maar steeds als ik er opnieuw mee geconfronteerd word, ben ik net zo misselijk als toen ik op televisie voor het eerst naar haar ogen keek waaruit plots alle leven wegstroomde - letterlijk en figuurlijk.

Ik was in Teheran toen ik de beelden van Neda's dood zag. Op 20 juni 's avonds laat kwamen we vanuit Shiraz weer aan in de hoofdstad, die een belegerde indruk maakte. In de taxi op weg naar het hotel wist ik toen nog niet dat Neda die dag was neergeschoten - informatie bereikte ons amper; mobiele telefoons en het internet waren geblokkeerd. Dat ik 's avonds op mijn hotelkamer toch de beelden van Neda's doodsstrijd zag, kwam omdat het hotel een satellietontvanger had, en ik dus ook naar een aantal Arabische zenders kon kijken.

In mijn boek Duizend-en-één dromen heb ik het als volgt beschreven:

Terwijl ik ’s avonds op bed een alcoholvrij biertje drink, zie ik op een Arabische televisiezender een beeld uit Teheran dat mijn adem afsnijdt. Een jonge vrouw wordt van dichtbij gefilmd met een mobiele telefoon terwijl ze dood ligt te gaan op de straatstenen. De beelden worden nog een paar keer getoond, en elke keer word ik misselijker. Een vrouw van mijn leeftijd, een vrouw zoals ik er tijdens mijn drie weken hier zoveel heb ontmoet, een vrouw die gewoon wilde leven en gelukkig zijn, ligt te sterven op straat. Het bloed stroomt uit haar lichaam en over haar gezicht, en plots blijft haar rechteroog wijd opengesperd. De vrouw wordt een porseleinen pop waarin geen hart meer klopt, en een symbool voor de strijd van miljoenen Iraniërs voor vrijheid. Neda betekent ‘stem’ in het Perzisch – symbolischer kan haast niet. Neda Agha Soltan is de stem geworden van miljoenen Iraniërs wier stem brutaal onderdrukt is. Ze werd neergeschoten door een basiji die zich had verscholen op het dak van een huis. Ik kan bijna niet bevatten dat dit alles gisteren heeft plaatsgevonden, op niet eens zo’n grote afstand van het hotel waar ik nu op bed zit met een nepbiertje. Ik voel immense woede mijn keel dichtsnoeren.

Ik vertel u hier iets wat in mijn boek niet staat. Toen ik de beelden had gezien, ging ik aan fotograaf Pieter-Jan De Pue vertellen wat er gebeurd was. Samen keken we nog een aantal keer naar de beelden op de televisie, en we zeiden niets. Plots doorbrak ik de stilte: "Ik heb zin in een glas bier."

Pieter-Jan lachte eventjes luid. En ik lachte eventjes. We lachten uit ellende, we lachten om de pijn te vergeten van wat we net gezien hadden, we lachten om de angst te verjagen. Op de daken van Teheran weerklonk op dat moment luid de stem van een meisje dat 'Allahu Akbar' riep. Mijn hart bloedde. Mijn Iran was in oorlog, en ik kon niets doen - ik moest zelfs die nacht verplicht het land verlaten en de mensen die hun verhaal wilden vertelden noodgedwongen in de steek laten.

Bier hadden we niet, dus besloot ik maar de twee laatste sigaretten te roken uit het pakje Marlboro Light dat in mijn rugzak zat. Eigenlijk rook ik zelden, maar in Iran af en toe wel - die 'geestelijke' ontspanning had ik soms nodig. 'Probleem': mijn aansteker was leeg. Ik ging naar de receptie van het hotel: nee, ook zij hadden geen aansteker. Naar buiten durfde ik niet te gaan: het was al donker, en je als een van de laatste westerse journalisten in Teheran nu op straat begeven, was gewoon dom.

Pieter-Jan, avonturier pur sang, had plots een idee. We namen mijn deodorant en de aansteker, en met het gas dat uit de spuitbus kwam door lichtjes te spuiten, hadden we plots een grote steekvlam.

Ik herinner me hoe we schaterden van het lachen toen we eindelijk vuur hadden. Neda was dood, ik kon haar blik niet uit mijn hoofd krijgen, maar toch lachten we, en het was een van de meest bevreemdende momenten uit mijn leven. Ik wilde huilen, maar ook niet, omdat ik dan niet zou kunnen stoppen, dus deden we alles om toch maar even te lachen.

Neda is een jaar geleden overleden, maar ze is niet dood. Ze wilde een vrij Iran, en ik ben zeker dat haar gruwelijke dood daartoe zal bijdragen. Laten we haar niet vergeten en vaak naar het liedje luisteren dat Chris deBurgh voor haar heeft geschreven: Let there be joy where there was sorrow, let there be hope where there was none, and even as your life-blood flowed away, Neda, your heart is living on.

woensdag 16 juni 2010

O Iran!


Voor de Volkskrant schreef de Afghaanse Nederlander Haroon Parvani een mooie column over volksliederen, naar aanleiding van het WK voetbal. 'Recentelijk,' aldus Parvani, 'vroeg ik aan een aantal volbloed Nederlandse vrienden – intelligent, breed georiënteerd en hoogopgeleid - of ze het nationale volkslied uit het hoofd kenden. Hun rode wangen en verlegen blikken waren de voorbode van hun verbazingwekkende antwoord.' Niet zo vreemd, aldus de auteur, want 'dit lied symboliseert maar één Nederlander, nota bene een verwende prins, en niet de hele natie.' En: 'Nu staat de Nederlandse hymne mijlenver van het bed van de bevolking af. Nog erger is dat het gehoorzaamheid propageert in een land dat bekend staat om haar vrije geest. '

Het deed me denken aan het Iraanse volkslied: de Iraniërs hebben vandaag ook een officieel volkslied dat de meesten absoluut niet uit overtuiging meezingen en dat ver van hen afstaat - het merendeel van de Iraniërs is, ik vertel niets nieuws, absoluut geen voorstander van hun regime. Het huidige officiële volkslied van de Islamitische Republiek Iran kwam er in 1990, na de dood van ayatollah Khomeini, onder wiens bewind er een ander volkslied was - het aantal volksliederen in de recente geschiedenis van Iran is bijna niet meer op één hand te tellen. Onder de Pahlavi-dynastie (1933-1979) was er 'Sorood-e Shahanshahi Iran' of 'De Keizerlijke saluut van Iran' - wegens de wandaden van de shah ook al niet populair.

'Ey Iran' (O Iran), het volkslied van Iran van februari 1979 tot maart 1980 gedurende de transitieperiode tussen het bewind van de shah en dat van Khomeini, is echter nog steeds het populairste. Het heeft een grotere bekendheid onder Iraniërs dan het huidige of vorige volksliederen, vooral omdat het het enige volkslied is dat werkelijk Iran prijst. Veel Iraniërs verkiezen 'Ey Iran' omdat het over Iran gaat zonder politieke bijkomstigheden.

Beluister hier 'Ey Iran' en lees hier de Engelse vertaling van de tekst.

Los van politieke voorkeuren is mijn favoriete Iraanse volkslied echter dat van de Qajaren-dynastie, 'Salamatiye shah', dat u hier kan beluisteren en waarvan u hier de Nederlandse vertaling vindt. Als u mij ooit kan betrappen op zingen in het openbaar, dan is de kans groot dat het om dit lied gaat.

dinsdag 15 juni 2010

Mousavi roept op tot scheiding van religie en staat


De Iraanse oppositieleider Mir-Hossein Mousavi heeft vandaag op zijn website Kaleme.com een verklaring gepubliceerd waarin hij zijn visie voor de toekomst van 'zijn' Iran uiteenzet. De verklaring is een 'charter van de Groene Beweging'.
Mousavi roept op tot de vervolging van zij die vorig jaar gefraudeerd hebben bij de verkiezingen, en zweert dat hij de Groene Beweging levendig zal houden. Hij roept ook op tot een einde van de betrokkenheid van politie en militairen in de politiek en tot de onafhankelijkheid van het gerechtelijke systeem.
De LATimes bericht dat in de PDF-versie van het charter nog een extra alinea stond, die uiteindelijk niet op de site van Mousavi verscheen maar wel het meest opvallende deel van de verklaring bevat: Mousavi roept daarin op tot een scheiding van religie en staat. "Dat," aldus de oppositieleider, "is de enige optie om de verheven status van religie in de Iraanse samenleving te bewaren en het zal een van de belangrijkste punten op de agenda van de Groene Beweging zijn."

Het is een van de meest hoopgevende zinnen uit Iran die ik de laatste tijd heb gehoord.

Gespannen sfeer op 25 Khordad in Iran


Afgelopen zaterdag was er in Iran de herdenking van de frauduleuze verkiezingen van 12 juni. Vandaag is opnieuw een belangrijke dag, namelijk de herdenking van '25 Khordad' of 15 juni 2009. Vorig jaar waren er toen in Teheran massale protesten tegen de uitslag van de presidentsverkiezingen, met miljoenen mensen die de straat opkwamen. Ik was toen in Yazd, en de Belgische ambassade belde me op met de mededeling dat we beter het land zouden verlaten, maar we bleven.

Of er vandaag protesten zullen zijn in Iran, is een vraag die velen bezighoudt, maar het regime heeft in elk geval weer goed zijn best gedaan om de oppositie en de Groene Beweging op stang te jagen. Zondag hebben Basiji en andere handlangers van het regime namelijk de kantoren en huizen van ayatollah Montazeri (overleden in december vorig jaar) en ayatollah Sanei aangevallen - twee vooraanstaande, hervormingsgezinde Iraanse geestelijken die zich kritisch uitlieten over het bewind van ayatollah Khamenei en president Ahmadinejad. Het is geen toeval dat de hardliners net nu hun verblijfplaatsen aanvielen: de voormalige presidentskandidaat en oppositieleider Mehdi Karroubi was zondag in Qom aangekomen om zijn respect te betuigen aan de overleden ayatollah Montazeri, en om ayatollah Sanei te bezoeken. De Iraanse oproerpolitie echter heeft maandag Karroubi ontzet. Aanhangers van de regering hadden het huis in Qom omsingeld waar hij verbleef. In de vroege ochtend maakte een aanzienlijk aantal leden van de oproerpolitie een wig in de omsingeling om te zorgen dat Karroubi in zijn auto kon passeren, aldus de website rajanews.com (foto bij dit bericht: Karroubi's auto na de aanval). Terwijl de oppositieleider ontsnapte, schreeuwde de menigte leuzen tegen hem en de politie. Zij eisten de vervolging van de geestelijke.

Die andere Iraanse oppositieleider, Mir-Hossein Mousavi, bracht gisteren een verklaring (lees hier de Engelse vertaling) op zijn website Kaleme naar aanleiding van de aanvallen op de huizen van Montazeri en Sanei. Hij maakte daarin een heel treffende opmerking: "Is het regime vergeten dat het de aanval op het huis van ayatollah Khomeini was die de weg vrijmaakte voor de liquidatie van de wortels van de tirannie, op 6 juni 1963, en daarmee het fundament voor de revolutie van februari 1979 werd gelegd?"

Het is een verstandige vergelijking: op 3 juni 1963 stak ayatollah Khomeini een ziedende scheldtirade af tegen zijn vijand de shah, die zijn reputatie zou vestigen als de onbetwiste leider van de radicale islam. De datum was goed uitgekozen: op 3 juni vieren de sjiieten Ashura, het feest dat het martelaarschap herdenkt van de geliefde Imam Hossein, de kleinzoon van de profeet Mohammed. Khomeini vergeleek de shah met Yazid, de moordenaar van Hossein, suggereerde dat het Iraanse staatshoofd een agent van Israël was en sprak hem aan als “jij ellendige, miserabele man”. “Welk verband is er tussen de shah en Israël? Mijnheer de shah, misschien willen ze u afschilderen als een jood, zodat ik u een ongelovige kan verklaren en het volk u uit Iran zou gooien.” Twee dagen later, op 5 juni (Khordad 15), werd Khomeini in zijn huis in Qom gearresteerd, wat tot rellen in het hele land leidde. De zaadjes van de Islamitische Revolutie waren geplant.

Blijkbaar leert het regime dus niet uit het verleden. De aanval op de huizen van Montazeri en Sanei zijn het zoveelste bewijs van de absolute paniek waarin de Iraanse hardliners verkeren, en van mijn overtuiging dat hun liedje niet lang meer zal duren.

maandag 14 juni 2010

Stemmen in België, stemmen in Iran


Gisteren om zes uur uit de veren om in een stembureau 'bijzitter' te zijn voor de Belgische federale verkiezingen. Ik geef toe dat toen ik de oproepingsbrief kreeg om bijzitter te zijn, ik in het begin wat gemord heb, maar al snel besefte ik dat het eigenlijk een privilege is om zoiets te doen: we moeten nooit vergeten wat een voorrecht het is in een democratie te leven.
Ik had dus verwacht een mooie voormiddag te beleven, maar was eigenlijk behoorlijk ontgoocheld. Het viel me op hoeveel mensen tegen hun zin komen stemmen. Ik zag vooral jongeren diep zuchten toen ik hen de roze en gele stembrieven overhandigde. Ik zeg niet dat ik de ontgoocheling van velen in de Belgische politiek niet begrijp. Maar opmerkingen als 'we zijn weer de helft van onze zondag' kwijt stoorden me mateloos. Het deed me terugdenken aan mijn 13 juni in Iran vorig jaar, toen ik door de straten van Isfahan liep en voelde dat de doodse stilte er een voor de storm was: er was massale fraude bij de uitslag van de presidentsverkiezingen en Teheran stond al in brand. Daar en toen hunkerden mensen naar democratie; gisteren zag ik mensen de democratie al te vanzelfsprekend vinden.
De foto bovenaan dit bericht nam ik in Isfahan, op verkiezingsdag. De vreugde op het gezicht van de jongeren omdat ze mochten stemmen en hoopten op verandering kan niet sterker contrasteren met de vele lange gezichten die ik gisteren gezien heb.


vrijdag 11 juni 2010

Missen


'Domweg gelukkig in de Dapperstraat', schreef J.C. Bloem in zijn gelijknamige bekende gedicht. Wel, vorig jaar op dit tijdstip was ik domweg gelukkig in de Chahar Bagh-straat van Isfahan. Ik had een fantastische namiddag beleefd bij een Iraanse familie in de voorstad Shahinshahr - een ontmoeting die ik in mijn boek uitgebreid beschreven heb. Nu viel de avond en wandelde ik door de bekendste laan van mijn droomstad Isfahan, op weg naar de Si-o-se Pol of 'de brug met 33 bogen', waar veel Isfahani de avond doorbrengen en verliefde koppeltjes zich verstoppen onder de vele bogen.
In het gras langs de waterkant zat ik naar de verlichte brug te kijken. Ik hoorde twee jongemannen naast mij over de politiek praten: de dag nadien, 12 juni, mochten ze gaan stemmen, en ze waren opgetogen. De ene zei dat Mousavi zeker zou winnen. De ander knikte en lachte: 'Dacht je dat ik dom was, misschien? Natuurlijk gaat hij winnen!'
De lucht zinderde van opwinding en verlangen, verlangen naar de dag van morgen, 12 juni, wanneer Iran mocht gaan stemmen en ze eindelijk nog eens voor wat verandering mochten kiezen. Uren heb ik daar gezeten, luisterend naar de gesprekken van de mensen, soms zelf met hen pratend, met thee en koekjes erbij.
Ik weet nog dat ik toen dacht: Hier kom ik binnenkort een tijdje wonen. Als ik terug in België ben, ga ik kijken hoe ik dat kan regelen.
Een jaar later heb ik al vijf keer een visum aangevraagd voor Iran, en al vijf keer ben ik geweigerd. Een jaar later mis ik Iran erg en kom ik tot deze vreemde vaststelling: dat het bestaat, van een land houden dat het jouwe niet is, er zo van houden dat je er zelfs in je dromen naartoe reist.

woensdag 9 juni 2010

Khomeini onder een dikke laag stof


Vandaag volg ik de Nederlandse verkiezingen, denk ik aan de Belgische verkiezingen van zondag én rijd ik ook door het majestueuze berglandschap van de lange weg tussen Arak en Kashan, nu een jaar geleden.
Eigenlijk was het op 9 juni 2009 de bedoeling om per trein van Arak naar Kashan te reizen, maar daarvoor moesten we een omweg maken langs Qom (het Vaticaanstad van Iran, maar dan tien keer erger) en in die stad werden we urenlang opgepakt door de politie en daarna kordaat verzocht om niet te lang meer in de straten van de stad rond te hangen.Over de prachtige autotocht met taxichauffeur Hamid heb ik in Duizend-en-één dromen uitvoerig geschreven.
Ik wil het hier over iets anders hebben. Over iets moois wat ik beleefde in de tapijtweverij van Gholam Reza, een tachtigjarige man die nog elke dag met handen en voeten zijn zijden Perzische tapijten weeft. De weverij bevond zich in een kelder, en fotograaf Pieter-Jan en ikzelf zagen meteen het prachtige portret van ayatollah Khomeini dat er aan de muur hing, in een donker hoekje van de kelder, helemaal onder het stof. Voor wij 'westerlingen' natuurlijk een mooi symbool van wat ik al eerder had gemerkt tijdens mijn reis: dat ayatollah Khomeini in Iran helemaal niet zo geliefd is als wij hier wel denken - integendeel. Meestal hangt zijn portret aan de muur omdat Iraniërs geen andere keuze hebben.

Pieter-Jan maakte een opstelling om in de donkere kelder een foto van het bijna pop-artachtige portret te maken. Plots nam Gholam Reza een ladder en veegde hij met zijn rechterhand een deel van het dikke stof weg. Pieter-Jan gilde: "Na, na! Niet doen!" De man begreep het niet: moet een portret dan niet netjes zijn als je er een foto van maakt? Tegelijk las ik wat schaamte in zijn ogen: eigenlijk hadden de wevers nog nooit de moeite gedaan om het dikke stof weg te halen, en dat is natuurlijk veelzeggend.

Zelf nam ik dus ook een foto van het portret. Khomeini onder het stof. Laten we hopen dat we snel een portret van Khamenei onder het stof daarnaast kunnen hangen.

dinsdag 8 juni 2010

Het leven, de mens, de herinneringen, en Iran, nog steeds Iran


Belgisch zomerweer, al de hele dag. Ik stond op met de zon, daarna kwam er een plensbui, dan weer zon, en nu giet het water.
Het weer buiten past niet bij het weer in mijn hoofd. Ik verklaar mij nader: dezer dagen zit ik met mijn gedachten weer helemaal in Iran. Het is een jaar geleden dat ik er op reportage was, en blijkbaar zit de menselijke geest zo in mekaar dat wanneer iets een jaar geleden is, we er vaker aan terugdenken - daarop is immers het principe van verjaardagen gebaseerd.
Dag op dag een jaar geleden was ik voor het eerst in Arak, de stad die in het Westen vooral bekend is omwille van de kerncentrale die er gebouwd is. Van Arak herinner ik me onder andere dat het de meest 'normale' stad was die we tot dan toe bezochten: eerst kwam Teheran, en pas toen wist ik wat het woord 'drukte' betekende; daarna kwam Qom, en pas toen wist ik wat het woord 'streng-islamitisch' betekent.
Maar Arak, nee, Arak was anders. Arak hield het midden tussen Teheran en Qom, en ik voelde me er meteen op mijn gemak. Heerlijk vond ik het hoe de stad volledig omringd was door de bergen; er als een soort 'kuil' middenin lag. Ik zag bergen waar ik ook keek; bruingele bergen.
Toen ik op mijn eerste avond in Arak een heel lange wandeling door de stad maakte en de zon langzaam zag verdwijnen achter de bergen, had ik in mijn hoofd plots het beeld van een menselijke hand die het hoofdje van een baby omsluit, voorzichtig, zacht, beschermend. Zo voelden de bergen van Arak aan. Als een eeuwig, oeroud, menselijk gebaar, dat de steeds veranderlijke realiteit omhelst.
Toen het 's avonds donker werd en ik alle hoekjes van de bazaar had verkend, kwamen er plots twee jongemannen naar me toe. Supporters van Mir-Hossein Mousavi. Nooit zal ik de baby vergeten die een van hen in zijn armen droeg. Eerst dat hoofdje van de baby in mijn gedachten, daarna deze echte baby, die de jongens beschermden en voor wie ze een betere en groenere toekomst wilden.
Alles is na 12 juni 2009 anders uitgedraaid dan we verwacht hadden. Maar de bergen van Arak zijn er nog, en op groen moeten wij, die van Iran houden, alleen nog maar een beetje wachten. Met geduld komen we er wel.

PS Vanaf nu zal ik op deze blog elke dag terugblikken op mijn reis.

zondag 30 mei 2010

Ik haat hen

Dagelijks lees ik met verbijstering en pijn getuigenissen van Iraniërs die in Evin (beruchte gevangenis in Teheran) en andere gevangenissen de vreselijkste folteringen ondergaan. Ik word er letterlijk misselijk van. Het enige sprankeltje hoop dat ik aan deze berichten kan vastknopen, is dat het regime wel erg bang moet zijn als ze steeds driester te werk gaan.

De getuigenis van deze gevangene moet ik absoluut de wereld insturen. Bahram Tasviri Khiabani is een van die vele dappere Iraniërs die ons wil laten weten hoe het eraan toe gaat achter de tralies van Iran. Hij heeft iets gedaan wat zijn situatie nog gevaarlijker kan maken: in Rajai Prison in Karaj heeft hij een videoboodschap opgenomen waarin hij getuigt over hoe hij er wordt mishandeld.

Ik dacht nooit dat ik haat kon voelen, maar ik voel steeds meer oneindige haat voor het Iraanse regime.

Maar ruze ma khahad amad, our time will come.

Hier volgt de Engelse vertaling van de videoboodschap van Bahram.

In the name of God, I am Bahram Girovani, the son of Mohammad. I went to the security offices to file a complaint about a situation. The day I went, Mr. Akharian (head of ward 1 in Rajai Shahr prison) got angry and threatened me. He hit me even though I begged him not to.

I asked him to please let me get in touch with my family. He said he would do it himself and asked for my number. He got my number and called my mother. He told my family that Bahram is dead and that they need to come to the hospital to pick up the corpse.

I was told that when my mother heard this news, she had a heart attack and got very sick. My family went to the hospital where they were told I wasn’t dead and they realized they had been lied to.

I was asked about who I gave my house number to and I responded that I had given it to Mr. Akharian. They said they would keep me for five days, and after a week, I asked them to please give me permission to get in touch with my family and allow me to take my medications. I had been under a physician’s care and was taking about 15 pills due to a medical condition, but they took those pills away.

I wasn’t feeling well and begged them to let me speak to someone in charge, but they did not allow me to do that. I got so sick both physically and mentally that I wanted to die. I attempted to light myself on fire, but they stopped me and sprayed tear gas in my cell. Then they opened the door and hit me in my face with batons. They used a fire extinguisher to put the fire out. When they sprayed the tear gas over the fire extinguisher gas, I wasn’t able to see anything anymore. I felt like I was going blind and I could barely breath.

They suddenly opened the door and started beating me in my face with wooden batons. Mr. Mirzaghayi, Mr. Zeynali, Mr. Yousefi and Mr. Moradi had all come and they were the ones beating me with batons. All of a sudden I saw that Mr. Moradi was holding a knife. I don’t know if he had just found it or if he had brought it to stab me. I don’t know.

I hit him hard in his hand and the knife fell to the ground. I picked it up to defend myself, but I had no chance to defend myself.

They all attacked me and hit me more, then they took me to a very dark room with no cameras. They beat me harder, tied me up, blindfolded me, tortured me, took my clothes off, hung me, and inserted batons inside of me. I kept pleading with them, begging them, asking them, “Isn’t there a God. Isn’t there a Prophet?” They responded, “We are God and we are the Prophet.”

I asked them if there was someone in charge in the place. They responded that they were they ones in charge. Mr. Mirzaghayi replied, “I have orders. I have orders from Mr. Akharian who has given me permission to do whatever I want.”

They kept beating me with their batons until they broke my legs. I was then taken into a room and left there all night, still naked with my hands tied behind my back. I was suffocating and in great pain because of my broken legs. By morning, my broken legs were bleeding badly and I begged them to take me to the prison clinic, but they refused.

After a month, the wound in one of my legs was infected all the way to my bone. They finally had to take me to the prison clinic. The doctor refused to touch my leg because it was so badly infected. I begged the doctor to help me. The doctor said if they performed surgery I would have to stay there to recover and they had been told that they were not allowed to keep me there for recovery. He didn’t want to take care of me, but I begged him. I kissed his hands and his feet.

Then I told him I would lodge a complaint against them. I asked him if Mr. Akharian had given the orders and he replied yes. Mr. Akharian had told him not to perform surgery. Mr. Gerami and Mr. Ali Mohammadi came. They all said it was out of their hands because they were under the strict orders of Mr. Akharian. So again I resorted to threatening them and said I would lodge a complaint.

I finally convinced them to let me receive an operation.

They took me back to solitary confinement until the day of my operation. I was in the prison clinic for four days.

Mr. Mirzaghai came to visit me and said, “That place where we stuck the batons into you still has not healed. Too bad. Does it hurt? We’re going to make it worse. Why did you have to complain? Why did you complain to the infirmary?”

The night before my operation they gave me some kind of pill that made my mouth go completely crooked. I wasn’t able to talk at all.

The doctors said to me, “That day when you got in all that trouble with those guys, you should have known better than to mess with them. They are the ones who told us to give you this medicine and do this to you. Now look at you. You are not allowed to make a phone call. You are not allowed to talk. You are not allowed to have any visitors. We’re taking care of you, but you don’t even deserve it. We should kill you. Just like we did with Siamak Bandeloo and other people who we killed by injection. We should kill you too.”

When they performed the surgery on me they shaved a large portion of my bone off, they cut the flesh, and they put a cast on it.

Yesterday when I came out, I was beaten again. They kept telling me I should have never complained. Mr. Mirzaghayi beat me up all over my body with a baton. I kept begging him to stop hitting me and I kept asking him why he is beating me again. He psychologically devastated me by cursing at me with very dishonourable words. He took away my dignity in front of all the other prisoners.

Then he dragged me and took me to Mr. Akharian. He told me if I don’t shut up they will continue to treat me like this. He said he would even bring my whole family here and throw all of them in prison too. “How dare you lodge a complaint,” he kept saying. He told me that if I consent to what they say, they would help me out. But if I refused, they would crush me, and this time, they would kill me.

Today they took me back to Mr. Akharian. They threatened me again and asked me to agree to their demands. They said, “If you don’t do it, not only will you not achieve anything, we will kill you and we will just throw your corpse out of here. There is nothing you can do here. The law enforcer is with us. He isn’t going to acknowledge anything that happened to you; not your broken legs and not the baton that we stuck into you. We are the ones in charge here. We tell them what to say.”

They also told my family that Rajai Shahr prison runs on its own. There is no authority over the prison. How about the head of the whole country, I wondered. But in this prison there is no government. There is no Islam. Here they kill people the same way they drink water. Here they have tortured people much worse than they have tortured me. They just beat everybody. They have tortured so many people, after which they force them to say whatever they demand. If anyone dares think of complaining, they will torture him even more.

Prisoners get thrown in a dark camera-less room that no one knows of and they get beaten up. If anyone asks about the prisoner, they lie and say he is at the infirmary or somewhere else. In that room, you are not given water, bread, or anything. There is no toilet.

There is just no logic to anything that the prison officials do. This place is worse than Kahrizak. There are no human rights here. There are no human beings in charge. There is no law.

There is nothing here. There is nothing.

They just kill people like they are drinking water.

I don’t know, just please help me.