zaterdag 30 mei 2009

Van chador tot cha-cha

(volgende bijdrage is ook verschenen op de website van De Standaard: http://standaard.typepad.com/iran/)

“Verlang vurig naar iets! Zadel je paard en maak je klaar voor de ontdekkingstocht.” Deze verzen schreef de klassieke Perzische dichter Sanai eeuwen geleden neer, en vandaag zijn ze meer dan ooit op mij van toepassing. Het iets waar ik vurig naar verlang is mijn vertrek naar Iran, en maandag 1 juni is het eindelijk zover: samen met Pieter-Jan De Pue ga ik op reportage naar de Islamitische Republiek. Ons paard laten we thuis, maar klaar voor de ontdekkingstocht zijn we wél.

Het idee om met Pieter-Jan naar Iran te trekken ontstond vorig jaar bij deBuren, waar ik toen nog werkte. Ik wilde al langer door Iran reizen en daarover schrijven, en toen ik de foto’s van Afghanistan zag die Pieter-Jan bij deBuren tentoonstelde, wist ik meteen dat een gezamenlijke tocht door Iran wel eens heel mooie dingen zou kunnen opleveren. We trokken met ons voorstel naar de directeur van deBuren, en hij was erg enthousiast. Een paar maanden later klom ook het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek mee aan boord en werd een droom werkelijkheid.

Met deze reis willen we Iran van een andere kant laten zien. Als Iran onze media haalt, dan is dat bijna altijd om politieke redenen, en meestal is het dan de conservatieve of zelfs fanatieke kant die wordt belicht: Ahmadinejad wil Israël van de kaart vegen, het kernprogramma van Iran is wereldbedreigend, Roxana Saberi zit onterecht in de cel. Gevolg daarvan is dat in het Westen Iran al te vaak wordt gezien als een fanatiek land vol gesluierde vrouwen en bebaarde ayatollahs. Die zijn er natuurlijk wel, maar zo eenzijdig is het plaatje niet: Iran is volop in verandering. Anno 2009 staat het land op de grens tussen traditie en moderniteit, tussen isolement en openheid, tussen verleden en toekomst. Vrouwen dagen er de ayatollahs uit door hun sluier steeds verder naar achteren te schuiven, Iraanse weblogs schieten als paddestoelen uit de grond en zijn zelfs door geen honderdduizend mullahs uit te roeien, en het Museum voor Hedendaagse Kunst in Teheran opende in mei een tentoonstelling van moderne westerse kunst die sinds de Islamitische Revolutie niet meer vertoond werd.

Door ook het andere Iran te laten zien, willen we in woord en beeld tot een genuanceerd portret komen van een land dat volop in de kering is: enerzijds zijn er de traditionele en religieuze waarden; anderzijds zijn er de vele Iraanse jongeren – zeventig procent van de bevolking is er jonger dan 25 jaar – die lak hebben aan de islam en houden van Amerika, MTV, make-up en westerse literatuur. Geen beter moment dan verkiezingstijd om die twee kanten te belichten, want in de strijd tussen conservatieven en hervormingsgezinden komen de twee gezichten van Iran duidelijk naar voren.

Het zijn de stemmen van de gewone Iraniërs die we willen laten horen, Hoe ziet het leven in Iran er anno 2009 uit? Wat denken ze over hun land en hun toekomst? Wat maakt hen blij en waar zoeken ze hun geluk in een land waar zoveel verboden is? Welke boeken lezen ze? Naar welke muziek luisteren ze? Waar zoeken ze hun ontspanning?

We doen alle binnenlandse verplaatsingen per trein omdat we zoveel mogelijk samen met de gewone mensen onderweg willen zijn. Reizen per trein, schrijft Paul Theroux in zijn meest recente boek De grote spoorwegcarrousel retour (2008), heeft het voordeel dat je het land leert kennen zoals het werkelijk is: je hebt namelijk ook uitzicht op het achterland. En: "Luxe [is] de vijand van de observatie, een dure verstrooiing die zo’n lekker gevoel geeft dat je niets meer opmerkt. Luxe corrumpeert en werkt infantilisering in de hand, en voorkomt dat je de wereld leert kennen.”

Het vliegtuig zou ons veel tijd en ongemakken besparen, maar de reis gaat niet over onszelf. Net als Theroux willen we observeren, en dat kan honderd keer beter in de trein dan in het vliegtuig.
“And wisdom is a butterfly, and not a gloomy bird of prey”, zei de Britse dichter William Butler Yeats (En wijsheid is een vlinder, en niet een sombere roofvogel). Het vliegtuig vind ik maar een sombere roofvogel, maar de trein wordt straks onze vlinder door het Iraanse landschap.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen