donderdag 6 augustus 2009

Schrijven in vrede

Toen ik gisteren het grijzende gezicht van Mahmoud Ahmadinejad zag tijdens zijn inauguratie tot ‘president’, was het alsof ik een harde klap in mijn gezicht kreeg. En ik bén dan nog niet eens Iraniër, dacht ik - wat moeten de mensen niet voelen die in Iran wonen en elke dag tegen die man vechten, wat moeten de miljoenen Iraniërs niet denken die hun land op een dag moesten verlaten en verlangen om terug te keren naar een betere plek dan diegene die ze ooit achterlieten?
Vroeger dacht ik dat Ahmadinejad alleen maar een slechte acteur was. Dat hij niet écht zo dom is als hij overkomt. Toen ik hem gisteren vol minachting hoorde zeggen dat niemand in Iran wacht op de felicitaties van de westerse landen voor zijn ‘overwinning’, vond ik hem niet alleen arrogant, maar ook onnoemelijk dom.
Zoveel domheid doet me ontzettend veel pijn voor een land dat de oudste en rijkste beschaving ter wereld heeft. Zoveel domheid doet me pijn voor een land waar ik van hou. Zoveel domheid doet me pijn voor alle verstandige, rustige, ruimdenkende mensen die ik in Iran ontmoet heb en die dromen van een ander en beter leven.
Gisteren dacht ik aan de oude man in de bazaar van Kashan die tegen mij zei: Het was erg onder de shah, maar onder Ahmadinejad is het tien keer erger.
Gisteren dacht ik aan het jonge meisje in Meybod dat me zei: Deze president heeft me ziek gemaakt. Ik kan soms niet meer ademen als ik hem zie. Ik ben vergeten wie ik ben.
Gisteren dacht ik aan de vrouw van tachtig in Isfahan die me zei: Ahmadinejad is gek, ik schaam me, ik schaam me, wat denkt de wereld nu over ons?
Ik wil de vrouw geruststellen: de wereld denkt vandaag dat Iraniërs erg dappere mensen zijn. Sommigen beweren dat de inauguratie van Ahmadinejad het einde van het protest zal betekenen, maar dat geloof ik niet. Of er in Iran een nieuwe revolutie aan de gang is, dat zullen we pas later kunnen beoordelen, maar laat dit in elk geval duidelijk zijn: de miljoenen jongeren die de straat opgaan zullen niet slapen vooraleer ze weer trots kunnen zijn op hun land.
Ik kan het niet beter verwoorden dan met de woorden van de Perzische schrijver Hushang Golshiri, die in een interview met de Amerikaanse journaliste Elaine Sciolino het volgende zei over zijn land: “We wensen geen nieuwe revolutie. We verlangen naar een tijd waarin we in vrede kunnen schrijven. We willen het land niet verlaten. Deze keer is het aan hen om het land te verlaten. We zullen hen doden met onze pen. We zullen hen doden met onze aanwezigheid.”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen