woensdag 21 april 2010

Sohrab Sepehri 30 jaar geleden overleden

Gisteren was het 30 jaar geleden dat de beroemde Perzische dichter Sohrab Sepehri overleed. In mijn boek Duizend-en-één dromen heb ik geschreven over hoe ik in Iran plots bij zijn graf stond: op weg naar Kashan zagen we vanuit de taxi een prachtige moskee in het onooglijke dorpje Mashhad Ardehal. We besloten even halt te houden. Onze gids Ahmad wist niet dat Sohrab Sepehri in het Emamzadeh Soltan Ali ebne Imam Mohammed Baqer - de naam van de moskee - lag begraven, maar taxichauffeur Hamid kwam plots tot die ontdekking. Ik zal het nooit vergeten: ik sloeg een hoek van de moskee om en stond plots voor de grafsteen van een van mijn favoriete Perzische dichters.

Sohrab Sepehri (1928-1980) was naast dichter ook een van de belangrijkste modernistische schilders van Iran. Hij studeerde schilderkunst en daarna was hij enige tijd in dienst van de staat, maar in 1964 gaf hij zijn baan op om zich uitsluitend aan de poëzie en de schilderkunst te wijden. Sepehri reisde veel en verbleef ook enige tijd in de Verenigde Staten en in Parijs. In 1979 werd vastgesteld dat hij kanker had. Zijn reis naar Engeland voor behandeling was tevergeefs. Hij stierf een jaar later in Teheran en werd begraven in Mashhad Ardehal – ironie van het lot, want Sepehri wilde absoluut in zijn geboortestad Kashan begraven worden. Omdat hij een jaar na de Islamitische Revolutie stierf, wilden zijn vrienden en familie zijn graf echter beschermen tegen het revolutionaire geweld.

Zijn bekendste werk is De schreden van het water ('Sedaye paye ab'). Een stukje poëzie van Sohrab om zijn sterfdag te herdenken. De laatste drie verzen sieren ook zijn grafsteen.

Een oase in het moment

Als je naar mij toe komt ben ik achter het niemandsland.

Achter het niemandsland is een plek.

Achter het niemandsland zijn de pluizen van

de paardenbloemen de aderen van de lucht

die over een uitgebloeide bloem berichten

op de verste struik van de aarde.

In het zand zijn er sporen van paardenhoeven - van tengere ruiters -

die `s ochtends naar de top van de papaver reden.

Achter het niemandsland is de parasol van het verlangen open:

tot een dorstige bries naar het binnenste van een blad rent.

De bel van de regen weerklinkt.

Hier is de mens eenzaam.

En in deze eenzaamheid glijdt de schaduw

van een iep tot in de eeuwigheid.


Als je naar mij toe komt

kom langzaam en zachtjes

anders breekt mijn fragiele, porseleinen eenzaamheid.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen